Het Asbestfonds (AFA) werd op 1 april 2007 opgericht binnen het Fonds voor de beroepsziekten na jaren van lange en moeilijke besprekingen over zijn vorm, zijn werkterrein, zijn financiering,… Naar aanleiding van zijn 5-jarige bestaan werd de balans opgemaakt in de vorm van een verslag dat op een toegankelijke, menselijke en didactische manier werd opgesteld.

Wie?

Het Asbestfonds vergoedt de slachtoffers (en hun rechthebbenden) van asbestose (longfibrose) en van mesothelioom (hoofdzakelijk pleurakanker), twee ziekten die slechts kunnen worden opgelopen na in contact te zijn geweest met asbest. Iedere persoon die aan één van deze ziekten lijdt, kan vergoed worden, ongeacht of de persoon beroepsziekteslachtoffer (loontrekkende of zelfstandige) dan wel omgevingsslachtoffer (familie van een werknemer, iemand die in de buurt van een asbestfabriek woont, beoefenaar van een hobby,…) is.

Van april 2007 tot einde februari 2012 werden 1505 asbestslachtoffers vergoed: 887 voor mesothelioom en 618 voor asbestose. Die cijfers zijn min of meer stabiel van jaar tot jaar en zullen dit waarschijnlijk blijven gedurende nog een tiental jaar. Die cijfers zouden vervolgens moeten dalen omdat het gebruik van asbest sterk beperkt werd en daarna definitief verboden werd eind jaren ’90.

In België zijn er gemiddeld 2,5 mesothelioomgevallen per 100.000 inwoners.

Wanneer?

Gezien de ernst van deze ziekten (mesothelioom is een dodelijke kanker, ook al duurt het ongeveer 40 jaar na de eerste asbestblootstelling vóór de ziekte uitbreekt) worden de beslissingen binnen een zeer korte termijn genomen (binnen 90 kalenderdagen voor mesothelioom).

Het profiel van de slachtoffers?

De meest getroffen sector is uiteraard de sector die ruwe asbest verwerkte, maar onder de slachtoffers vinden we ook loodgieters, lassers, metaalarbeiders, bouwvakkers of ook nog dokwerkers.

De privésector is veruit het meest getroffen (78% van de slachtoffers). 18% zijn omgevingsslachtoffers. De openbare sector is veel minder getroffen, omdat er aanzienlijk minder gebruik werd gemaakt van asbest.

Voor mesothelioom is het aantal vergoede vrouwen 7x lager dan het aantal mannen (110 vrouwen tegenover 777 mannen). Voor de beroepsziekteslachtoffers is dit uiteraard te verklaren door het feit dat de arbeidsmarkt vijftig jaar geleden vooral een mannenzaak was. Dit is nog opvallender voor asbestose omdat het hier uitsluitend om een beroepsgebonden blootstelling aan asbest gaat gedurende een lange periode (hier telt men 604 mannen tegenover 14 vrouwen).

De meeste slachtoffers ontwikkelen de ziekte (mesothelioom of asbestose) tussen hun 65e en hun 74e verjaardag.

Welke vergoedingen?

Het AFA wordt in gelijke proporties gefinancierd door de Staat en de ondernemingen. Het vergoedt de zieken hetzij in de vorm van een maandelijkse rente, hetzij in de vorm van een kapitaal dat in één keer wordt uitbetaald. De slachtoffers ontvangen een maandelijkse rente van € 1689 voor mesothelioom en van € 16,89 per % lichamelijke ongeschiktheid voor asbestose. Bij overlijden ontvangen de rechthebbenden eenmalige bedragen volgens hun graad van verwantschap met het slachtoffer, van € 16.893 tot € 33.786 voor mesothelioom en van € 8.446 tot € 16.893 euro voor asbestose.

“In dit rapport hebben we doelbewust een belangrijke plaats ingeruimd voor interviews en getuigenissen”, verklaart Jan Uytterhoeven, administrateur-generaal van het Asbestfonds. “We hebben het woord willen geven aan politici die betrokken zijn bij de werking van het Fonds (Philippe Courard, Georges Dallemagne), aan verenigingen die opkomen voor de slachtoffers (Abeva), maar ook aan de slachtoffers die nog in leven zijn en de getuigen die een verwante verloren hebben door een asbestziekte. We wilden geen formeel rapport maar wel een tekst die het menselijke tot uiting laat komen.”

“Gezien de omvang van de schade veroorzaakt door asbest in ons land was de oprichting van het Asbestfonds (AFA) een noodzaak”, zegt Philippe Courard, Staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Beroepsrisico’s. “Eerst en vooral omdat het de schadeloosstelling van personen mogelijk maakt die getroffen zijn door de vreselijke ziekten die die stof veroorzaakt, maar ook omdat het de duidelijke wil van de overheid weergeeft om concreet hulp te bieden aan diegenen die hieraan lijden of geleden hebben. Dit is naar mijn mening belangrijk voor de slachtoffers en hun gezinnen. Wat de toekomst van het Asbestfonds betreft, moet het eerst alle nodige zaken behandelen. Er zijn zeker en vast asbestslachtoffers die zich nog niet gemeld hebben, vaak omdat ze het bestaan van het Asbestfonds niet kennen – ik denk hier vooral aan de zelfstandigen. Ik kan die personen alleen maar aanmoedigen om hun rechten te doen gelden. Tot slot wil ik ook dat men de mogelijkheid bestudeert om andere ziekten te erkennen die voortvloeien uit een contact met asbest. Maar dat kan alleen gebeuren op basis van epidemiologische elementen en doorgedreven statistieken en uiteraard in overleg met het Beheerscomité van het Asbestfonds.”

Het verslag bevindt zich op de website www.afa.fgov.be in de rubriek Documenten

Bron: Persdienst van Philippe Courard, Staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap, belast met Beroepsrisico’s