Minister Jo Vandeurzen van Binnenlandse Zaken stelde op 7 maart in Lommel het CANO-label voor. Dit label staat voor integrale jeugdzorg volgens het CANO-concept, dat zich sterk focust op sociale netwerken. Op dit moment is het een samenwerkingsverband tussen acht organisaties.

Het CANO-label betekent een erkenning voor de gebruikte methode. Ook moet het andere instellingen aanzetten om meer te werken rond Problem Based Evidence en sociale netwerken. CANO staat voor Centrum voor Actieve Netwerkontwikkeling en Omgevingsondersteuning. En dat is exact de methode die de regering wil volgen. Luc Deneffe, coördinator bij De Wissel uit Leuven: “Jongeren zouden eigenlijk drie netwerken moeten hebben om goed te kunnen functioneren: de school, hun gezin en hobby’s. Dikwijls verliezen ze die contacten als ze in de problemen komen, bijvoorbeeld bij een plaatsing. Ons doel is die netwerken te herstellen en van daaruit verder te werken.”

Geloof in methodiek

“Een plaatsing heeft vaak veel neveneffecten. De patiënt verliest zelfwaarde, de ouders verliezen autoriteit. Hierdoor wordt de relatie tussen kind en netwerk vaak scheefgetrokken. Het is heel moeilijk om die zelf te herstellen. Ik herinner me een voorbeeld van vier jaar geleden. We maakten geen vooruitgang in een bepaalde groep. Na een gesprek met de ouders, stelde een moeder voor om haar dochter een weekje zelf op te vangen. Daarna bleek dat alles iets gemakkelijker ging. De moeder had haar autoriteit terug. Wat zij niet kon, konden wij immers ook niet. Ze had niets om zich over te schamen. En de dochter kreeg opnieuw een gevoel van verantwoordelijkheid. Dit was voor ons een aha-erlebnis die ons sterkte in het geloof in onze methodiek.”

Ook minister Vandeurzen staat achter project. “Integrale jeugdzorg is de toekomst. Daar gaan we sterk op inzetten. CANO zijn pioniers op dat vlak. Maar we geloven echt dat deze methodiek belangrijker moet worden in onze instellingen. Het versterken van de netwerken van de jongeren is heel belangrijk.”

Laatste stadium

De jongeren in het CANO-project hebben er vaak een lang traject in de jeugdzorg opzitten. Dorien, 20 jaar, was zo iemand: “Mijn problemen begonnen rond mijn twaalfde, na verschillende therapieën en plaatsingen was er nog niets veranderd. Zo kwam ik uiteindelijk in het Neerhof in Turnhout terecht. Daar deden ze hun best om mij contact te laten houden met vrienden en familie, omdat het altijd de bedoeling was om terug thuis te gaan wonen. Ook hadden de hulpverleners wekelijks gesprekken met mijn familie. Zo bleven zij betrokken bij mijn behandeling.”

“Het liep niet altijd van een leien dakje. Zo ben ik vier keer een tijdje teruggekeerd naar een gemeenschapsinstelling”, zegt Dorien. “Inderdaad, als het even moeilijk gaat kunnen we jongeren altijd even terugplaatsen in een instelling”, zegt Deneffe. “Die hebben soms namelijk ook hun nut, maar het moet een uitzondering blijven. Nadien komen de jongeren terug bij ons. Wij willen immers een laatste stadium zijn. Wij geven de jongeren niet op. Ook dat heeft met hun gevoel van eigenwaarde te maken.”

© 2012 – StampMedia – Tekst en foto: Paul Eyben

Leave a Reply
Your email address will not be published.
  • ( will not be published )