Vandaag vieren we de internationale vrouwendag, een ideale gelegenheid om de vooroordelen inzake de vrouw achter het stuur onder de loep te nemen. Het BIVV lijst de vijf populairste uitspraken op en staaft hen aan de realiteit.

Vooroordeel 1: vrouwen zijn meer betrokken in ongevallen ten opzichte van mannen
Fout. Bijna twee derde (65,3 %) van de personen die betrokken geraken in een letselongeval, zijn mannen.

Toch merken we op dat vrouwen meer dan 35 % van het totaal aantal bestuurders, betrokken in een letselongeval, vertegenwoordigen. Daarentegen is slechts 19 % van het aantal dodelijk verongelukte bestuurders, een vrouw. Anders gezegd, vrouwelijke automobilisten zijn minder betrokken in ongevallen met een hogere ongevalsernst, ten opzichte van mannelijke automobilisten. Dit verschil is nog opvallender bij jonge bestuurders: tussen 18 en 24 jaar zijn mannen bijna vier keer meer betrokken in een dodelijk verkeersongeval ten opzichte van vrouwen; tussen 25 en 64 jaar is dat drie keer meer.

Indien enkel de ongevallen met materiële schade worden geanalyseerd, stellen we vast dat het ongevalsrisico minder hoog is bij mannen dan vrouwen.

Vooroordeel 2: vrouwen nemen minder risico’s achter het stuur dan mannen
Juist. In onze maatschappij nemen jongens meer risico’s in het verkeer dan meisjes. Jonge mannelijke automobilisten hechten meer belang aan een “sportieve rijstijl” ten opzichte van vrouwen. Volgens meerdere studies[1] zouden jonge mannelijke automobilisten meer verkeersovertredingen plegen en meer risico’s nemen dan jonge vrouwelijke automobilisten.

Vooroordeel 3: vrouwen rijden minder snel dan mannen
Juist. Het snelheidsgedrag verschilt in functie van het geslacht. In Groot-Brittannië heeft het “Transport Research Laboratory” gegevens verzameld op basis van meerdere studies inzake snelheid. Uit deze data heeft men een profielomschrijving opgemaakt van ‘de gehaaste chauffeur’, het zou gaan om een jonge mannelijke automobilist die alleen in zijn wagen zit. Zo blijkt ook uit de attitudemeting van het BIVV (2009) dat het aandeel mannelijke bestuurders (64 %) die bekennen wel eens 70 km/u te rijden in de bebouwde kom hoger ligt dan het aandeel vrouwelijke bestuurders (48 %).

Vooroordeel 4: vrouwen rijden minder vaak onder invloed van alcohol dan mannen
Juist. De tendens van mannen die meer risico’s nemen, geldt eveneens voor het rijden onder invloed van alcohol. De gedragsmetingen (2009) toont aan dat het aandeel mannen die onder invloed van alcohol rijden 2,6 keer hoger ligt dan het overeenkomstig aandeel bij vrouwelijke bestuurders. De resultaten van een enquête, uitgevoerd na de meeste recente Bob-zomercampagne, zijn dus niet verwonderlijk: 67 % van de personen die zich opgaven als Bob, waren van het vrouwelijke geslacht.

Vooroordeel 5: vrouwen rijden minder vaak dan mannen
Juist. Volgens de nationale gedragsmeting betreffende alcohol (gebaseerd op een representatief staal van Belgische bestuurders gedurende alle tijdstippen van de week), zouden vrouwen 35,7 % van het totaal aantal Belgische bestuurders uitmaken. Inzake jonge bestuurders (18-24 jaar), zijn er 59 % mannelijke bestuurders tegenover 41 % vrouwelijke bestuurders. Tijdens weekendnachten zijn jonge bestuurders (18-24 jaar) nog sterker vertegenwoordigd. Jonge vrouwelijke bestuurders zijn hier in de minderheid (27 %) ten opzichte van jonge mannelijke bestuurders (73 %).

Besluit
Een analyse van het aantal bestuurders die betrokken zijn in een dodelijk verkeersongeval in functie van het geslacht, toont aan dat vrouwelijke bestuurders veel minder betrokken zijn in deze dodelijke verkeersongevallen ten opzichte van mannelijke bestuurders. Het feit dat vrouwelijke bestuurders minder vertegenwoordigd zijn en dat ze niet in dezelfde omstandigheden rijden, speelt een niet te verwaarlozen rol. Het blijkt dat mannelijke bestuurders meer risico’s nemen, vooral diegene tussen 18 en 24 jaar. Blijkbaar relativeert de mannelijke bestuurder vaker zijn fouten en is hij zich minder bewust van de gevaren die hij loopt. De uitdrukking “Zeg niet te gauw, het is weer een vrouw” klopt dus wel.

Dit verklaart ook het feit dat meer dan 90 % van de bestuurders die een BIVV-vorming volgen in het kader van de alternatieve maatregelen van het mannelijke geslacht zijn.

——————————————————————————–

[1]Voorbeeld: “Learning to take risks: the influence of age and experience on risky driving”, John Catchpole, Research Report ARR362, 2005.

Leave a Reply
Your email address will not be published.
  • ( will not be published )