Sensoa pleit voor meer seksuele voorlichting

Half februari stond de ‘Week van de Lentekriebels’ dit jaar in het teken van chlamydia, maar uit onderzoek blijkt dat ook seksueel grensoverschrijdend gedrag en de gebrekkige kennis van anticonceptie bij allochtonen meer aandacht moeten krijgen.

Allochtonen hebben vaker een gebrekkige kennis in verband met seksuele voorlichting en anticonceptie. Dit blijkt uit literatuurstudieonderzoek uit juli 2011, waarin Sensoa enkele onderzoeksgegevens samenbrengt. Elk jaar worden er 7 op de 1.000 meisjes voor hun twintigste zwanger. Hiervan heeft 30 procent niet de Belgische nationaliteit. “Allochtone jongeren weten vaak minder van preventie en gebruiken de anticonceptiepil ook minder”, zegt Lies Verhetsel, beleidsmedewerkster voor jongeren bij Sensoa. “Maar dat leidt niet noodzakelijk tot meer problemen, het is vooral moeilijker om allochtone jongeren te bereiken.”

Vertrouwensband

School blijft de beste plaats om jongeren voorlichting te geven. “We bieden bijscholing aan voor leerkrachten over hoe ze met leerlingen over seks kunnen praten, want seksuele voorlichting is niet altijd een vakgebonden eindterm”, aldus Verhetsel. “We leren ze ook om een vertrouwensband binnen de klas te creëren, want dat is belangrijk voor een positief gesprek. Via jeugdwerk en Ella vzw, een steunpunt voor vrouwen van allochtone afkomst, worden er inspanningen gedaan om de allochtone gemeenschap beter te bereiken.”

Er sneller klaar voor

In tegenstelling tot het algemeen onderwijs hebben meer jongeren uit TSO en BSO al seksuele betrekkingen. “Dit is zeker niet negatief”, zegt Verhetsel, “zij studeren minder snel door na het secundair onderwijs en vormen zo dus ook sneller een concreter toekomstbeeld.” Uit het onderzoek bleek ook dat gemiddeld bijna twee derde van de leerlingen uit het BSO in de tweede en derde graad al seks heeft gehad. Van het ASO is dat maar 24 procent.

“Voorlichting blijft vaak te theoretisch en te oppervlakkig. Het beste advies dat ik kan geven is die informatie telkens te blijven herhalen na de eerste graad van het secundaire onderwijs. Meerdere RSV-momenten (Relationele en Seksuele Vorming, nvdr.) per jaar organiseren, kan ook wonderen doen.”

Grenzen

In België kreeg 8,9 procent van de vrouwen en 3,2 procent van de mannen voor hun achttiende al te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG). Dit kan variëren van ongepaste seksuele opmerkingen tot handtastelijkheden en misbruik. “In veel gevallen gaat het over kleine pesterijen op school of in de sportkring”, zegt Verhetsel.

“Jongeren die te maken krijgen met SGG hebben vaak de grenzen niet van thuis uit meegekregen. Die kunnen worden aangeleerd op school en dan beseffen jongeren dat er iets niet klopt. De belangrijkste reden dat vooral jongeren hier het slachtoffer van worden, is omdat ze zich in een afhankelijke positie van volwassenen bevinden. Hierdoor worden ze gemakkelijker gekwetst”, aldus Verhetsel. “Hoewel pedofielen het vaakst genoemd worden, zijn zij niet verantwoordelijk voor alle gevallen van SGG. In veel gevallen gaat het over leeftijdsgenoten.”

© 2012 – StampMedia – Tekst: Charline Verlinden, foto: Daisy Tulleners
School blijft de beste plaats om jongeren seksuele voorlichting te geven

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here