Aankoop van twee M-fregatten, een ongelooflijke saga

De aankoop van twee M-fregatten van de Nederlandse Marine is het voorlopig eindpunt van een ongelooflijke saga, waarvan nog niet alle details zijn gekend. Bart De Wever en Patrick De Groote hebben zich vastgebeten in dit dossier en stelden een hele reeks concrete vragen aan bevoegd minister Flahaut. Het is immers zonneklaar dat de belastingbetaler weerom de dupe is van het wanbeleid van deze minister.

Waarover gaat het precies?

Onder Flahaut is de marine de jongste vijf jaar reeds driemaal van basisoptie veranderd. Het eerste plan voorzag (o.a.) in de bouw van vier nieuwe kustmijnenvegers. Dit Kustmijnenveger-programma (KMV) werd begroot op bijna 295 miljoen euro en in 1994 werd de hoofdopdracht gegund aan SKB (een Antwerps Scheepsconstructiebedrijf). Na het uitvoeren van de eerste fase werd het hele project echter afgeblazen. Het Rekenhof berekende dat de uitgaven tot dan reeds 28,293 miljoen euro bedroegen. Daar bovenop kwam nog een schadeclaim van ruim 37 miljoen euro die de hoofdaannemer SKB eiste van de Belgische overheid als schadevergoeding voor het verbreken van het contract. We vernamen ondertussen dat de Belgische overheid in dit kader effectief door de rechtbank is veroordeeld. Patrick De Groote diende in de Kamer een reeks vragen in om het precieze kostenplaatje van dit KMV-programma te weten te komen.

Het KMV-programma werd verlaten voor een heel nieuwe optie: de marine bleek niet langer nood te hebben aan kunstmijnenvegers, maar aan een strategisch transportschip. Dit project zou samen met Luxemburg worden uitgevoerd en werd bekend als het BLST-project (Belgisch-Luxemburgs Strategisch Transportschip). De oorspronkelijke bedoeling van dit programma was de aanschaf en ombouw van een RoRo-schip (Roll on, Roll off) ter ontscheping van troepen en hulpverleners. De keuze voor dit programma was op maat gesneden van het Franse bedrijf Direction Generale des Constructions Navales, waar Flahaut de bestelling wilde plaatsen. De Ministerraad floot hem evenwel terug en eiste een openbare aanbesteding. Bij het lastenboek dat vervolgens moest worden opgesteld, vertrok Flahaut van de verzuchting van iedere legercomponent. Hierdoor zou het gevaarte zowel ruimte moeten bieden aan 1700 voertuigen, een drijvend hospitaal moeten herbergen, een compleet
helikopterdek moeten hebben, … De aanbesteding werd -tot spijt van Flahaut- niet gewonnen door de Franse vrienden, maar door de Nederlandse werf De Schelde. Maar omdat het kostenplaatje steeds maar opliep en reeds bijna 250 miljoen euro bedroeg, greep de Ministerraad andermaal in en werd het hele project begin 2003 stopgezet. Gevolg hiervan: schadeclaim van de Nederlandse werf De Schelde. Om die voorlopig te ontwijken werd de aankoopprocedure van het gevaarte nog niet officieel afgesloten. Ook over deze episode van de saga stelt Patrick De Groote een aantal concrete vragen aan de bevoegde ministers.

Na het stopzetten van het BLST-project werd het geweer begin 2003 weer van schouder veranderd. Men had niet langer behoefte aan kustmijnenvegers, maar ook niet meer aan een Strategisch Transportschip. Voortaan bleek het leger behoefte te hebben aan fregatten. Men ging vervolgens op zoek en kwam bij de Nederlandse marine terecht die een aantal fregatten wilde verkopen om de eigen vloot te moderniseren en aan te passen aan de huidige internationale context. Volgens de Nederlandse marine waren de fregatten die het aan België gaat verkopen niet meer geschikt, want ontworpen om "nucleaire Sovjet-onderzeeboten tijdig te onderscheppen en met het oog daarop uitgerust met een geavanceerd, gesleepte sonar. Deze dreiging is weggevallen en de gesleepte sonar is ongeschikt voor operaties in kustwateren." Met andere woorden: de Belgische overheid koop fregatten die de Nederlandse overheid niet meer bruikbaar vindt. Tegelijkertijd verkoopt de Belgische Marine haar huidige fregatten aan Bulgarije. Met de opbrengst van deze verkoop zullen de afgedankte Nederlandse fregatten worden gemoderniseerd door … de Nederlandse Werf De Schelde. Ook hierbij kan men heel wat vragen stellen. Is deze opdracht voor De Schelde een manier om de schadeclaim ivm het BLST-project te laten vallen? Wat is de kostprijs van de modernisering? Waarom kiezen voor fregatten die het drievoudige aan bemanning vragen ten opzichte van de huidige fregatten? Vragen die ondertussen door Patrick De Groote ook effectief werden ingediend.

Conclusie zegt Bart De Wever en Patrick De Groote

De aanpak van Flahaut wordt duidelijk niet gekenmerkt door enige langetermijnvisie, eigenlijk zelfs niet door enige visie! Zoals in andere dossiers van het leger blijkt ook hier dat de minister zich door andere zaken laat leiden dan door de bekommernis om de efficiëntie van de strijdkrachten.

Het gebrek aan deskundigheid waarmee één en ander wordt aangepakt, is bovendien wraakroepend. Alles wat Flahaut aanraakt, verandert in een puinhoop:

– in plaats van 10 moderne mijnenvegers, hebben we nu 6 gemoderniseerde boten en een zware schadeclaim;

– in plaats van een Strategisch Transportschip kregen we alleen een megalomaan project dat enkel in een reusachtige schadeclaim resulteerde;

– in plaats van moderne fregatten krijgen we nu tweedehands vaartuigen, die peperduur zijn in gebruik en waarvan de Nederlanders zelf zeggen dat ze niet meer geschikt zijn voor hedendaagse taken.

Wat overblijft is een minister die onbekwaam is en als een zonnekoning regeert over zijn departement. Zijn persoonlijke voorkeuren en favoritisme storten het leger in ijltempo van het ene aankoopavontuur in het andere. Het resultaat is een financiële puinhoop waarvoor de belastingbetaler mag opdraaien. De N-VA wil dit aan de kaak stellen in de hoop dat premier Verhofstadt eindelijk de kracht zal vinden om een einde te maken aan het beleid van Flahaut. Nu PS-voorzitter Di Rupo naar eigen zeggen de jacht op de parvenu's heeft geopend, is het moment aangebroken om zelf ook op te treden. Aldus Bart De Wever en Patrick De Groote – N-VA

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here