Nieuw SOMO-onderzoek brengt investeringen van banken en pensioenfondsen in voedselderivaten in kaart

Amsterdam, 23 december 2011 – Aan de vooravond van kerstmis zendt Zembla op vrijdag 23 december de documentaire Handel in Honger uit over de activiteiten van Nederlandse financiële instellingen op de derivatenmarkt in voedsel als maïs, graan en suiker. Deze uitzending is gebaseerd op het nieuwe SOMO-onderzoek ‘Food Markets in Dutch. Dutch banks and pension funds in agricultural derivatives markets’, dat vandaag verschijnt. Dit onderzoek brengt in kaart op welke wijze de grootste Nederlandse banken en pensioenfondsen actief zijn op markten voor voedselderivaten. De eerder verschenen SOMO-studie ‘Feeding the financial hype’ laat zien dat academisch onderzoek sterke aanwijzingen geeft dat de sterk toegenomen speculatie op de derivatenmarkt voor agrarische grondstoffen bijdraagt aan de toegenomen volatiliteit, en zo ook aan een excessieve stijging van de voedselprijzen. Dit raakt vooral de allerarmsten in de wereld, die tot wel 80 procent van hun inkomen moeten uitgeven aan voedsel.

Het nieuwe SOMO-rapport neemt financiële investeringen in landbouw derivatenmarkten onder de loep van de drie grootste banken ABN AMRO, ING en Rabobank, en de drie grootste beheerders van pensioengelden APG, PGGM en MnServices. Het onderzoek dekt daarmee 90 procent van de bankenmarkt en 60 procent van de Nederlandse pensioenbesparingen. Het Nederlandse pensioenfonds PFZW en zijn vermogensbeheerder PGGM behoorden wereldwijd tot de eerste financiële partijen die actief werden op de voedseltermijnmarkten. Met 7 procent van het totale vermogen belegd in deze markten is PFZW/PGGM nog altijd een van de meest actieve fondsbeheerders op dit terrein, vergeleken met 2 tot 3 procent bij de overige onderzochte pensioenfondsen. Met een totale investering van 5 miljard euro zijn de Nederlandse pensioenfondsen belangrijke spelers in de landbouw derivatenmarkten.

Van de banken blijkt Rabobank (inclusief Robeco) de meeste investeringen in deze markten te beheren. Ook ABN AMRO speelt een aanzienlijke rol als aanbieder van clearing services (afhandeling van transacties op de termijnmarkten, inclusief verkoop van daartoe benodigde financiële diensten), de bank behoort met een marktaandeel van ongeveer 10 procent in de belangrijkste landbouw termijnmarkten wereldwijd tot de top 3.

De drie onderzochte banken blijken geen Corporate Social Responsibility (CSR)-beleid te hebben op dit vlak. Hetzelfde geldt voor de onderzochte pensioenfondsen, met uitzondering van PFZW, dat een position paper op zijn website plaatste tijdens het SOMO-onderzoek.

Dit is opmerkelijk in het licht van de heftige discussie over dergelijke investeringen die nu reeds drie jaar woedt. Inmiddels bestaan er talrijke academische studies naar de relatie tussen dergelijke financiële investeringen en de ontwikkeling van de prijzen op termijnmarkten en voor de fysieke landbouwproducten. Hoewel deze geen eenduidig beeld geven, is er steeds meer bewijs dat de extreme toename van financiële investeringen in landbouw derivatenmarkten de voedselprijzen beïnvloedt. Zowel boeren als voedselproducenten hebben beleidsmakers verzocht om deze excessieve speculatie aan banden te leggen.

Maar ook voor de Nederlandse financiële instellingen zelf is een rol weggelegd. Zij onderschrijven allemaal de mensenrechten. Nederlandse financiële instellingen die investeren in dergelijke termijnmarkten zouden daarom helderheid moeten geven over de manier waarop ze dat doen en welke richtlijnen zij daarbij hanteren om te voorkomen dat ze de prijsvorming verstoren en zo het mensenrecht op betaalbaar voedsel aantasten. Daarbij moeten ze expliciet in gaan op de vele academische studies die op tafel liggen. Ook kunnen ze besluiten gehoor te geven aan de steeds luidere roep vanuit de samenleving om te stoppen met de handel in belangrijke voedselmarkten als die voor graan, mais en soja.

SOMO website:  www.somo.nl