Het Belgische referentielaboratorium voor dierziekten CODA (Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie) heeft op donderdag 22 december 2011 voor het eerst het schmallenbergvirus aangetoond in ons land. Het virus werd ontdekt bij pasgeboren lammeren, afkomstig van een bedrijf uit de provincie Antwerpen. Deze lammeren vertoonden misvormingen aan de ledematen en aan de hersenen. De dieren waren voor een autopsie aangeboden bij het opsporingscentrum van DGZ Vlaanderen. Verschillende andere lammeren van het veebedrijf vertoonden gelijkaardige, zichtbare letsels bij de geboorte en sommige dieren werden dood geboren. Behalve dit bedrijf worden op dit ogenblik nog een aantal andere verdachte bedrijven opgevolgd, waar eveneens doodgeboren en misvormde pasgeboren lammeren werden opgemerkt. Het CODA zal eerstdaags ook van deze bedrijven stalen onderzoeken.

Ter herinnering, het schmallenbergvirus is pas de afgelopen zomer voor het eerst vastgesteld in Duitsland en Nederland. Het heeft zich tot op heden onder twee vormen van symptomen getoond bij schapen en runderen.
Een eerste vorm van de ziekte werd voornamelijk in september en oktober vastgesteld bij besmette kalveren en koeien en kenmerkte zich door koorts, daling van de melkproductie en ernstige diarree. Het is bij stalen van dieren die deze symptomen vertoonden dat het virus voor het eerst werd aangetoond door het Duitse referentielaboratorium. Het aantal gevallen van deze vorm van de ziekte is sinds het einde van de maand oktober evenwel sterk afgenomen, zodat de situatie op dat vlak als genormaliseerd kan beschouwd worden.

De tweede vorm van de ziekte wordt pas sinds een tweetal weken waargenomen bij schapen in Nederland en België. Deze vorm is waarschijnlijk het gevolg van een infectie tijdens de dracht, waarbij zowel de ooi als de lammeren die ze draagt besmet worden. Er worden als gevolg van dergelijke besmetting lammeren met congenitale afwijkingen aan ledematen, nek en hersenen geboren. Onder deze vorm is de ziekte momenteel opgemerkt op een tiental schapenbedrijven.

Het schmallenbergvirus wordt vermoedelijk verspreid door kriebelmuggen (culicoïdes). Er rekening mee houdend dat de hoogste activiteit van de muggen heeft plaatsgevonden aan het einde van de zomer en het begin van de herfst en dat het werpseizoen bij schapen pas begonnen is, zullen er in de komende weken en maanden vermoedelijk nog meer gevallen van dit voorheen onbekende virus vastgesteld kunnen worden. Daarnaast kan verwacht worden dat ook pasgeboren kalveren in de komende maanden gelijkaardige symptomen zullen vertonen.

Behoudens een behandeling van de symptomen bij de getroffen dieren, is er op dit ogenblik geen enkel vaccin, noch gerichte remedie tegen het virus gekend.

Als referentielaboratorium voor veeziekten beschikt het CODA over de noodzakelijke testen om verdachte stalen te analyseren. Meer inlichtingen zijn beschikbaar op de website www.coda-cerva.be.
De contactpersoon op het CODA is Brigitte Cay (02/3790563).

Er wordt aan alle dierenartsen en veehouders gevraagd om verdenkingen te melden aan DGZ Vlaanderen of ARSIA en om stalen van verdachte gevallen aan hun laboratoria over te maken.

Het schmallenbergvirus is een virus dat voor zover gekend geen besmettingen veroorzaakt bij andere dieren dan schapen en runderen. Er is dan ook geen enkel risico voor de volksgezondheid.

CODA en het FAVV