Migratie en vergrijzing: wat brengt de toekomst?

We leven steeds langer en dat is goed. Meer ouderen vormt echter ook een uitdaging voor het beleid van gemeenten. Belangrijk is ook de evolutie van het aantal inwoners op actieve leeftijd en van het aantal jongeren.

De dienst Welzijn en Gezondheid van de provincie Antwerpen bracht met een studie over ‘migratie, vergrijzing en beleid’ de sterke verschillen tussen gemeenten in de provincie in kaart. De studie gaat verder dan alleen de cijfers. Door besluiten te formuleren onder de vorm van beleidsvragen wil ze het maatschappelijk debat stimuleren.

Bevolking op actieve leeftijd (20-59 jaar)
Uit deze studie blijkt dat in de minst residentiële gemeenten in de provincie Antwerpen zoals Antwerpen, Boom en Mechelen (veel goedkope woningen, veel lage inkomens en veel huurders) een sterke toename van de bevolking op actieve leeftijd is.
Gemeenten met een sterk residentieel karakter zoals Schilde en Hove lopen het risico om een groot deel van de bevolking op actieve leeftijd te verliezen. Hebben de verschillende gemeenten er geen belang bij om voldoende diversiteit op de woningmarkt na te streven? Is een grotere spreiding van de uit het buitenland afkomstige bevolking wenselijk en haalbaar? Om de actieve bevolking op peil te houden, zijn we immers sterk afhankelijk van deze personen.

Jongeren (0-19 jaar)
In de provincie Antwerpen blijft het aantal jongeren bijna constant. Maar dit aantal is te laag om de oudere generaties op te volgen. Dit is vooral zo in het zuid-oosten van de provincie. Is de kinderwens er lager? Of verliezen gemeenten zoals Herentals en Laakdal gezinnen met kinderen? Hoe kan beleid hierop inspelen?

In gemeenten op de lijn Antwerpen – Boom – Mechelen is er een sterke toename van het aantal jongeren. Kan in deze gemeenten tijdig worden gezorgd voor voldoende aanbod van onderwijs en kinderopvang?

Gepensioneerden (60+)
De meeste ouderen leven in goede gezondheid . Het aantal ouderen met een zorgvraag neemt echter sterk toe. Dit niet alleen op lange termijn, maar al in dit decennium (2010-2020). De lokale verschillen zijn echter sterk. Voor één op tien gemeenten is de toename kleiner dan 30 procent. Voor één op twee gemeenten is de toename groter dan 50 procent, vooral in de Kempen.
Wordt het invullen van de zorgnood overgelaten aan de werking van vraag en aanbod of moeten lokale besturen initiatieven stimuleren en ondersteunen? En wat is hierin dan de plaats van het bovenlokale?